NU'91

onderwijs

MBO
of HBO


Regieverpleegkundige en basisverpleegkundige

Het is een grote ontwikkeling in de verpleegkunde: het onderscheid tussen mbo- en hbo-opgeleide verpleegkundigen. Daar horen nieuwe beroepsprofielen én functieprofielen. Katinka Rademaker, teamleider Verpleegkunde op Hogeschool INHolland in Amsterdam en deelnemer aan het Landelijk Overleg Opleidingen Verpleegkunde (LOOV), vertelt over de transitie in het hbo-onderwijs.

De beroepsprofielen voor verpleegkundigen en verzorgenden waren bijna twintig jaar oud. In die twintig jaar is er in de praktijk behoorlijk wat veranderd. Daar horen nieuwe beroepsprofielen bij, vindt de stuurgroep van de beroepsprofielen en de overgangsregeling. Die groep, waar ook NU’91 bij hoort, kwam in januari 2016 met het adviesrapport Toekomstbestendige beroepen in de verpleging en verzorging. In het rapport wordt een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de hbo- en mbo-profielen. Zo pleit het rapport ook voor nieuwe beroepstitels: een afgestudeerd hbo-verpleegkundige krijgt de naam ‘regieverpleegkundige’ en mbo-opgeleiden heten ‘basisverpleegkundigen’. Het profiel en de naam van de verzorgende IG blijven hetzelfde. Naar aanleiding van de hervormingen in de gezondheidszorg, zoals beschreven in het beroepsprofiel verpleegkunde (Schuurmans et al., 2012), gaf het LOOV opdracht om het landelijke opleidingsprofiel toekomstbestendig te maken. Dit heeft geresulteerd in het Bachelor of Nursing 2020-opleidingsprofiel. Docent en teamleider Katinka Rademaker is deelnemer aan het LOOV. “Een uniek samenwerkingsproject, want niet alleen opleidingen hebben daar aan meegewerkt, maar ook het werkveld en brancheorganisaties die met verpleegkunde te maken hebben. In de Bachelor of Nursing 2020 staan de competenties waaraan een afgestudeerde hbo-verpleegkundige moet voldoen.” Wat de precieze verschillen tussen de hbo’er en mbo’er in de praktijk zullen zijn, moet zich nog uitwijzen. In de opleidingen zijn al wél duidelijke verschillen nu de Bachelor of Nursing 2020 wordt toegepast: “Een mbo-verpleegkundige wordt vooral opgeleid om uit te voeren en klinisch te redeneren. De hbo-verpleegkundige, ofwel ‘regieverpleegkundige’, wordt opgeleid om na te denken over hoe de zorg het beste georganiseerd kan worden. De hbo’ers moeten interprofessioneel kunnen werken en leren, praktijkgericht onderzoek kunnen doen en met wetenschappelijk onderzoek hun handelen onderbouwen. Ze moeten kunnen nadenken over plannen en uitvoering, en een gesprekspartner zijn voor de arts. Die aansluiting en het interprofessioneel opleiden worden steeds belangrijker.” Met de focus op bovenstaande punten worden de studenten sinds 2016 opgeleid. In 2020 - vandaar ook de naam Bachelor of Nursing 2020 - moeten zij in hun nieuwe rol het werkveld betreden.

Studenten van nu zijn niet meer de studenten van twintig jaar geleden
Onderwijs en het werkveld

Het onderwijs is flink aangepast. Studenten van nu zijn niet meer de studenten van twintig jaar geleden. Blended learning, digitalisering en innovatieve ontwikkelingen in de zorg worden meegenomen. “Ook wordt er flexibel onderwijs aangeboden, omdat studenten hun onderwijs niet zomaar meer gefinancierd krijgen. Naast de opleiding moet vaak gewerkt worden. Daar moet je als onderwijsinstelling rekening mee houden.” Inhoudelijk gezien moet er voldaan worden aan het nieuwe Bachelor of Nursing 2020-profiel. “We werken nu met CanMEDs-rollen en competenties. Een uitgebreider profiel dan de competentieprofielen van Van Der Pol. Daarnaast zijn er veel meer beroepsauthentieke situaties in het onderwijs. Stage vinden we heel belangrijk. Leren doe je vooral op de werkvloer. En als dat niet kan op de werkvloer, dan haal je beroepsauthentieke situaties de school in.” Het enige dat écht hetzelfde is gebleven op het hbo-V is het biomedisch onderwijs. “Iets wat je gewoon moet kennen en kunnen”, legt Katinka uit. “Als verpleegkundige moet je weten hoe het menselijk lichaam werkt. Dat is eigenlijk het fundament. Maar wat je vervolgens met die kennis doet – hoe je het toepast en hoe het klinisch redeneren werkt – dát heeft een veel prominentere plek gekregen in het onderwijs.”Er wordt dus al volgens het nieuwe beroepsprofiel onderwezen, hoe reageert het werkveld daarop? “Het werkveld springt daar niet ineens op in”, vertelt Katinka. “Verpleegkundigen die al jaren aan het werk zijn, staan niet ineens in een andere modus. De instroom van de nieuwe afgestudeerden brengt nu een verandering teweeg in de praktijk. Dat kan bedreigend zijn; als je als mbo-afgestudeerde al jaren aan het werk bent en je moet ineens andere taken gaan verrichten, dan is dat niet leuk.” Katinka merkt dat zorginstellingen nagaan hoeveel hbo- en mbo-afgestudeerden ze eigenlijk in dienst hebben en nadenken over hoe ze de ‘regie-verpleegkundigen’ gaan inzettenHbo-studenten zijn positief over het nieuwe beroepsprofiel. “Eerder hoorde ik vaak de vraag: waarom zou ik hbo volgen als ik straks hetzelfde werk doe en hetzelfde verdien als een mbo-verpleegkundige?”, zegt Katinka. “Hbo-studenten zien nu een carrièremogelijkheid. Mbo-studenten zijn minder blij met het onderscheid en de naam ‘basisverpleegkundige’. Daarover is nog een flinke discussie gaande. Het is goed dat die er is, want het dwingt ook de huidige verpleegkundigen om na te denken over hoe de zorg zo slim mogelijk georganiseerd kan worden en welke expertise er nodig is.”