NU'91

Verpleegkundige Arianne helpt vluchtelingen op Lesbos

Het zijn mensen zoals jij en ik

Lesbos wordt een steeds schrijnender omgeving voor de vele vluchtelingen. Opvangcentra zitten overvol, er wordt brand gesticht en ziektes waren er rond. Arianne Kattenberg (26) werkte tweemaal op het Griekse eiland, als verpleegkundige en als medisch coördinator. “De wanhoop en pijn van de mensen raakt me zo erg dat ik het niet los kan laten.”

Na haar hbo-opleiding Verpleegkunde, haar stages  in Suriname en Uganda en  het volgen van de tropenopleiding, is Arianne Kattenberg vooral in het buitenland te vinden. Voor Dokters van de Wereld ging ze eind 2015 voor het eerst op missie naar het Griekse eiland Chios, waar ze als verpleeg­kundige in vluchtelingen­kampen werkte. In 2016 deed ze hetzelfde werk op Lesbos. Later dat jaar ging ze terug, ditmaal als medisch coördinator voor Stichting Bootvluchteling.

Diepgeworteld verlangen

Na haar afstuderen is Arianne de flexpool van verpleegkundigen ingerold van het UMC in Utrecht. “Als flexer heb ik door heel het ziekenhuis gewerkt en heb ik veel kennis opgedaan”, vertelt ze. “Ik kwam er al snel achter dat ik niet gelukkig werd van werken op een afdeling. Ik houd van het acute en van spanning in het werk. Van kleins af aan wilde ik al naar het buitenland en veel reizen.” Ze besloot de tropenopleiding in Rotterdam te gaan volgen en is daarna voor Dokters van de Wereld drie maanden naar Chios gegaan om daar vluchtelingen te helpen. Eenmaal terug in Nederland kon Arianne weer aan de slag in het UMC, maar werd ze onrustig. “Vanaf de eerste missie hebben de wanhoop en pijn van de mensen me emotioneel zo erg geraakt, dat ik het niet los kan laten. Ik dacht: ik ben aan de andere kant van de wereld veel harder nodig dan hier. De nood in de wereld heeft mij altijd getrokken. Het werken in het buitenland, in ontwikkelings­landen, met andere culturen is ook een diep­geworteld verlangen. Mijn stages en eerste missie hebben dat alleen maar meer aangewakkerd.” Al snel ging ze voor Dokters van de Wereld twee maanden naar Lesbos, waar ze weer als verpleegkundige aan de slag ging.

Werk

De vorm van hulp die de verpleegkundigen en artsen bieden, kan volgens Arianne het beste worden vergeleken met een huisartsenpost. “Als verpleeg ­kundige start je meestal met triage: het registreren van namen en klachten en onderzoeken wat er acuut moet gebeuren. Als de nood hoog is, krijgt iemand sneller een arts te zien. Soms werk je ook in de cabine met een arts of is er een arts ‘on call’.” Bepaalde taken verrichten de verpleegkundigen zelf, zoals de temperatuur meten, bloed prikken en wondjes behandelen. Als de situatie complexer is, kijkt er een arts naar. “Er zijn ook weleens gevechten in het kamp, waardoor soms verwondingen of botbreuken ontstaan die in het ziekenhuis behandeld moeten worden. Het werk is heel breed. Soms komt iemand voor een paracetamol, soms zijn er mensen die epileptische insulten hebben of suïcidaal zijn. Ook zijn er kinderen die door de overtocht longproblemen hebben gekregen of te lang in het koude water hebben gelegen.”

Geen gelijkwaardige behandeling vanwege stempel vluchteling
Suïcidaal

Door het jaar heen heeft Arianne van alles voorbij zien komen wat betreft problemen en ziektes. Als ze terugkijkt op haar werk op de Griekse eilanden, spreekt ze van drie heel verschillende periodes. “Op Chios was het winter en verschrikkelijk koud. Dagelijks kwamen honderden vluchtelingen aan in bootjes, helemaal nat, in shock en onderkoeld. Er waren toen veel verkoudheden en long­problemen. Tijdens mijn eerste missie op Lesbos werd de migratiedeal tussen Europa en Turkije gesloten. Iedereen werd toen opgesloten en mensen werden als gevangenen behandeld. Dat was heel onmenselijk en emotioneel zwaar. Nu, in mijn laatste periode op Lesbos, komen er minder vluchtelingen aan, maar stromen ze niet meer door naar Europa. Eerder gebeurde dat na drie dagen, maar momenteel zitten mensen maanden vast, wonend in een tent, in de kou, zonder vooruitzicht. Dat is geestelijk heel zwaar en dat uit zich in depressies, suïcidaal gedrag en snijden. Laatst was er iemand die scheermesjes had ingeslikt, omdat hij het leven niet meer zag zitten. Hij bloedde en was niet meer aanspreekbaar. Ga dan maar eens uitzoeken wat er aan de hand is met de middelen die je daar hebt. Zo zijn er nog meer heftige situaties. Het is dus niet alleen verpleeg­technisch, maar ook veel psychosociaal werk wat we doen.”

Overlevingsmodus

Dat je sterk in je schoenen moet staan voor dit werk is duidelijk. “Vooral omdat je hier geen vangnet hebt, geen familie en vrienden”, vertelt Arianne. “Ik sta in de overlevingsstand, wat niet erg is, maar na elke missie ben ik wel emotioneel gebroken.” Toch wilde ze na haar tweede missie op Lesbos meer doen voor de mensen daar. Ze ging op zoek naar een coördinerende functie en vond die bij Stichting Bootvluchteling. Nu werkt ze zes maanden in Lesbos als medisch coördinator en stuurt ze een medisch team aan. “Ik werk nu minder in het veld, maar alsnog is het mentaal heel zwaar en 24/7 keihard werken. Als je niet in het veld staat, dan geef je onder andere traningen aan andere organisaties, over hoe te reanimeren en triage kunnen doen bij bootlandingen.”

Weer even mens

Hoewel het werk pittig is, geeft het Arianne veel voldoening. “Het zijn vooral de kleine dingen die je doet waar mensen je zo dankbaar voor zijn.” De slechte omstandigheden in de opvangcentra en het onmenselijke bestaan grijpen Arianne heel erg aan. “Het is al fijn dat iemand zich bij ons even geen vluchteling voelt, alleen al omdat we een luisterend oor bieden of advies geven. Er is ook een aantal vluchtelingen dat ons helpt met het vertalen van Arabisch, Urdu en Farsi. Dat doen ze met liefde en ze zijn weer even ‘gewoon’ mens. Je kunt samen goede gesprekken voeren, het over leuke dingen hebben en even lol maken. Een van de vertalers zei laatst tegen ons: ‘Bij jullie ben ik weer even de persoon die ik thuis ook was.’ Het zijn de kleine, voor ons doodnormale zaken, die hen een goed gevoel geven.”

Smokkel en prostitutie

De opvangcentra op Lesbos zijn momenteel overvol, waardoor mensen in tenten moeten slapen. Volgens Arianne is er op het eiland een grote schaarste aan opvangplekken, de gemeente geeft geen toestemming voor meer plaats. “Het is moeilijk te zeggen hoeveel mensen er nu op het eiland zijn, omdat er veel smokkel gaande is”, legt ze uit. “Daardoor verdwijnen er steeds mensen. Ze zeggen dat er nu rond de 5500 vluchtelingen zijn.” Op Lesbos zijn meerdere opvangcentra, waarvan Moria het grootste is. “Daar komt iedereen  binnen. Men zegt dat de capaciteit 4500 is, maar officieel is het eigenlijk 2500. Moria is het ergste kamp:  overvol, niet veilig, er is prostitutie, smokkel en mensen slapen buiten of in een tent. Alleen als je heel kwetsbaar bent, zoals alleenstaande moeders met meerdere jonge kinderen, wordt er een betere opvangplek voor je gezocht. De andere kampen zijn nog steeds niet goed, maar nét iets beter geregeld, iets menselijker.”  Naast extra opvangplekken is er,  volgens Arianne, meer mankracht nodig om het afnemen van interviews, de asielprocedure en het eventueel doorstromen naar Europa te versnellen. “Mensen zitten nu maanden vast, zonder enig vooruitzicht.  Ik zie ze zwakker, dunner en ziek  worden. Mensen breken geestelijk en fysiek af.”

Bootlanding

Er zijn tal van momenten die Arianne voor altijd bij zullen blijven. Een daarvan is een bootlanding in Chios, die ze toevallig meemaakte, omdat ze op dat moment samen met collega’s voorbij reed. “We stapten uit om ze te helpen. De temperatuur lag rond het vriespunt en de boot zat tot de nok  toe vol. De mannen zaten op de rand en de vrouwen en kinderen in het midden, zodat ze beschermd zaten.  Ze hadden ‘s nachts zo’n vijf uur op zee gezeten, in de kou, in het donker. De boot was door een lek vol met water gelopen. Met schoenen en spullen schepten ze het water uit de boot. Iedereen was nat en de vrouwen zaten tot hun middel in het ijskoude water. De ontlading was zó groot toen ze aankwamen. We hielpen hen aan land en namen kleine kinderen aan. Iedereen begon te huilen en viel op de grond. Je kunt hen op dat moment alleen maar vasthouden en zeggen:  je bent veilig, we gaan voor je zorgen. Eén man keek me aan en zei alleen maar: ‘Ik zag de dood in de ogen. Ik dacht écht dat ik dood zou gaan.’ Dat was zo heftig.”

Warm welkom

Het liefst had Arianne de vluchtelingen een dak boven het hoofd gegeven, een veilige omgeving en goede sanitaire voorzieningen. Helaas is dat niet mogelijk. “Ik vind het zo erg dat mensen elkaar dit kunnen aandoen, mensen maandenlang in een kamp stoppen. Geen gelijkwaardige behandeling, vanwege het stempel ‘vluchteling’. Het zijn mensen zoals jij en ik, die een leven hadden zoals jij en ik. Daarnaast hebben ze al zoveel emo-tionele bagage. Hun land is kapot gemaakt door oorlog.” Het liefst ziet ze mensen minder snel oordelen en dat vluchtelingen hartelijk worden ontvangen. “Ik vind het zo schrijnend dat sommige Nederlanders roepen: ‘We willen ze niet’. Hoe erg is het als we over een paar jaar terugkijken en onszelf schamen over hoe we dit hebben aangepakt? Je moet jezelf recht kunnen aankijken en kunnen zeggen dat je ze menselijk hebt ontvangen.”