NU'91

Interview

Je geliefd
voelen,
helpt

Op 22 november 2016 werd de documentaire Emma wil leven door NPO 3 uitgezonden. In de documentaire laat de 18-jarige Emma haar gevecht tegen anorexia zien. Emma filmt zichzelf in Portugal, waar zij behandeld wordt door Human Concern, een centrum voor eetstoornissen. Helaas heeft Emma haar strijd verloren. Natascha Leijs (45) is verpleegkundige bij Human Concern op de locatie in Portugal en werkte met Emma.

Hoe kom je bij Human Concern terecht?

“Acht jaar geleden ben ik met mijn man en kinderen naar Spanje geëmigreerd. Via mijn toenmalige werk in een asiel kwam ik een Nederlandse verpleegkundige tegen. Van haar hoorde ik over de nieuwe vestiging van Human Concern in Portugal en dat er verpleegkundigen werden gezocht. Ik heb een brief geschreven naar Carmen Netten, de directrice en ben aangenomen. Vier jaar geleden zijn we naar Portugal verhuisd.”

Wat trekt je in dit werk aan?

“Ik wilde graag weer als verpleegkundige aan de slag. Eerlijk gezegd wist ik niet precies wat ik van het werk zou vinden. In mijn vroegere baan in de psychiatrie heb ik weleens op een gesloten afdeling gewerkt waar anorexiapatiënten gedwongen werden opgenomen. Dat vond ik heel heftig. De visie van Human Concern vind ik heel mooi. Hier heb ik geleerd dat er zó veel meer achter een eetstoornis zit. In het begin heb ik alle therapie-onderdelen gevolgd, zodat ik meer kennis kreeg over eetstoornissen. De onderliggende problemen worden hier aangepakt. Ik weet dat dwangopnames soms noodzakelijk zijn, maar die laten niet de eetstoornis verdwijnen. Van cliënten hoor ik ook regelmatig dat dwangopnames weinig zorgvuldig gebeuren: sonde er in, fixeren en een bel naast het bed. Zo traumatiseer je voor het leven. Er mag wel iets meer liefde bij komen kijken.”

Wat vind je mooi aan je werk?

“Het contact met de cliënten en de dankbaarheid. Het is niet zo dat ze beter zijn als ze weer naar huis gaan, maar het is wel een opstap naar herstel. Je geeft ze een stuk vertrouwen mee, een soort nieuwe start. Het is mooi om te zien dat velen uiteindelijk hun leven weer oppakken, een goede baan krijgen, trouwen en kinderen krijgen.”

Wat vind je moeilijk?

“Weten wat er áchter de eetstoornis zit en wat er aan vooraf is gegaan. Er komen hier zwaar getraumatiseerde mensen. Van sommige cliënten is de thuis-situatie niet goed, terwijl zij een maand later wel weer naar huis moeten gaan. Je hoopt dan dat het allemaal maar goed komt, dat is heel pijnlijk en verdrietig. Eigenlijk zouden we nog een vervolgtraject moeten hebben. Er is wel nazorg in de vorm van dagbehandeling en individuele begeleiding, maar een traject waarbij intensievere nazorg geboden wordt is zeer wenselijk.” 

Hoe ziet je werk eruit?

“We houden vooral de fysieke toestand in de gaten. Er zijn risico’s als refeeding, maagdarmproblemen, hartritmestoornissen, extreme vermoeidheid en slaapproblemen. De buikklachten kunnen ontstaan doordat de cliënten hier anders en regelmatig eten. Zeker bij zwaar ondergewicht of veel braken kan dat tot darmproblemen leiden.

Emma vroeg van alles aan mij, waardoor ik goed contact met haar kreeg. Dat was heel mooi

Ook geven we regelmatig klysma’s, meten de bloeddruk, checken het gewicht en wordt er bloed geprikt. Ook bestaat ons werk uit sociale aspecten. Wij zijn bijvoorbeeld altijd aanwezig bij de zes dagelijkse eetmomenten. De cliënten weten dat ik geen therapeut ben, maar dat ik wel goed kan luisteren en helpen. De verpleegkundigen blijven ’s avonds en  ‘s nachts in huis en de cliënten kunnen altijd naar ons toe komen als er iets aan de hand is.”

Je hebt ook met Emma gewerkt. Hoe was dat?

“Heel heftig. In het begin was ik erg onrustig, omdat ik wist dat ze kon overlijden. In eerste instantie schrok ik van haar uiterlijk. Zo een ernstige vermagering had ik nog nooit van dichtbij gezien. Emma was echter een heel ontwapenende persoonlijkheid en erg geïnteresseerd in anderen. Ze vroeg ook van alles aan mij, waardoor ik goed contact met haar kreeg. Dat was heel mooi. Ze stond nog echt in het leven, maar haar lichaam toonde anders. Ze wilde zo graag, maar het lukte niet.  Van Emma’s eetstoornis heb ik overigens weinig gezien, omdat ik vooral betrokken was bij het medische en verzorgende stuk. Zo hielp ik haar met douchen, waar ze echt van kon genieten, dus ik zag de eetstoornis daar niet.”

Door de documentaire is er een discussie op gang gekomen over intimiteit en fysiek contact met cliënten; waar ligt de grens? Hoe denk jij daarover?

“Het is een heel gevoelig onderwerp. We werken met een kwetsbare doelgroep en je moet goed aanvoelen waar de grens ligt. Ik houd altijd wel afstand en vraag meestal of iemand een knuffel wil. Dat is ook het meest gebruikelijke. De een stort zich zelf in je armen, de ander heeft geen behoefte aan fysiek contact. Het is een lastig, grijs gebied. Ik denk wel dat het goed is dat daar protocollen voor zijn, over hoever je daarin kan en mag gaan. Voor de duidelijkheid: zo intiem als met Emma,  zo werken we doorgaans niet. Zij ging sterven en was zo zwak dat ze niet meer op haar benen kon staan. Daardoor móest ze ook wel tegen ons aanleunen tijdens de eet- en verzorgingsmomenten. In het reguliere Be-LeeF!-programma nemen we niemand op schoot en kan iedereen zelf een vork vasthouden. Voor Emma was dat al heel moeilijk.”

Hoort een knuffel en betrokkenheid erbij?

“Ja. Een arm om je heen, gezien worden en je geliefd voelen; dat helpt. Achteraf horen we van cliënten dat zij juist dát zo fijn vinden aan het verblijf in Portugal. Ik weet dat intimiteit in de zorgverlening gevoelig ligt; waar ligt de grens? Dat is ook lastig. Besef wel dat de behandeling in Portugal voor velen de laatste strohalm is en dat eerdere behandelingen elders niet geholpen hebben. Behandelingen waarin cliënten weer moeten vertrekken als ze op gewicht zijn, zonder dat de eetstoornis is aangepakt of waarin sancties volgen als je niet genoeg bent aangekomen. Een systeem van straffen en belonen. Als liefde, begrip en geduld júist is wat cliënten nodig hebben, hoe kun je dan zeggen dat je over de grens gaat?”

‘De manier waarop we met Emma hebben gewerkt, is niet gebruikelijk.’ Hoe bedoel je dat?

“De documentaire schetst geen beeld van het aangeboden Be-LeeF!-programma. Emma zou dat niet eens kunnen volgen, omdat haar conditie daar te slecht voor was. Emma had anorexia in de fysiek ergste vorm. In de documentaire werden de woorden ‘eetstoornis’ en ‘anorexia’ afgewisseld, maar een eetstoornis is niet per se anorexia. Human Concern behandelt verschillende eetstoornissen, waaronder boulimia, binge eating en orthorexia. Een van onze huidige cliënten vond het pijnlijk om de documentaire te zien. Zij zei: ‘aan mij ziet niemand dat ik een eetstoornis heb, omdat ik er relatief normaal uitzie. Pas als ik ondergewicht heb, vragen mensen hoe het met me gaat.’ Alle eetstoornissen kunnen levensbedreigend zijn, omdat er vaak een depressie of suïcidaal gedrag onder huist.”